Tweede gebruik

maart 2026

Tweede gebruik

Het moment van breken van een pijp, zelfs van een goedkope kleipijp, is altijd spijtig. Iedere roker weet namelijk dat een ingerookte pijp een diepere smaak heeft dan een nieuw rokertje. Niet verwonderlijk dat bij breuk gezocht wordt naar een mogelijkheid het voorwerp te repareren. Bij deze izabé is dat heel geslaagd gebeurd. Nadat de steel brak is het eindstukje in een buffelhoornen roer van een porseleinen hangpijpje geplaatst. Bij toeval stemmen beide contouren van de pijp overeen zodat weer een goed ogend voorwerp werd verkregen. Zo kon het roken worden gecontinueerd, met behoud van de aangename smaak. Leuk om te weten dat pijpen met deze versiering van wat zwaardere knorren indertijd met meloenplatpunt werden aangeduid. Het woord meloen stond voor een wat forsere knor, de aanduiding platpunt hoorde bij pijpen met een ruime ketel, spoor of hiel voorzien van een licht gebogen steel met knopmondstuk. Maker van deze pijp is Jan de Gidts uit Gouda, eigenaar van het pijpenmakersmerk 52 gekroond. Dat merk vinden we ook op de hiel gestempeld. De Gidts werkte tot 1894, het jaar van zijn overlijden. Tot slot maakt de gevlochten ijzeren vonkenvanger het voorwerp af. Een pijp met zo’n korte steel geeft een groter risico tot schroeigaatjes in je kleding, vandaar zo’n kapje. Tegen het verliezen was een borgkettinkje aangebracht, met een oogje om de steel. Voor de oorspronkelijke roker is dit duidelijk een veel gerookt en zeer gewaardeerd pijpje geweest.

Amsterdam Pipe Museum APM 30.506



Archief object van de maand